Historische achtergrond
De oorsprong voor de jaren ‘30-woning ligt deels bij de Woningwet uit 1901. In de 19e eeuw verhuisden veel mensen naar de stad vanwege de Industriële Revolutie. Die zorgde enerzijds voor minder werk op het land en meer werk in de stad. Vanwege een gebrek aan goedkope woonruimte raakten steden overbevolkt en liet de kwaliteit van de woonruimte vaak te wensen over; voor veel arbeiders was het klein, onveilig en onhygiënisch.
De Woningwet stelde regels aan de huisvesting en nieuwbouw. Er werden voorschriften ingesteld voor de bouw van nieuwe woningen, en woningen konden op last van de gemeente onbewoonbaar verklaard worden. Dit zorgde ervoor dat de woningbouw aanzienlijk verbeterde; deze nieuwe woningen waren dan ook erg gewild.
De Eerste Wereldoorlog veroorzaakte echter een sterk tekort aan bouwmaterialen, met grote prijsstijgingen als gevolg; veel bouwprojecten kwamen stil te liggen. Pas na de oorlog daalden de prijzen en was de schaarste voorbij, waarna bouwprojecten werden hervat. Mede vanwege de groeiende bevolking was de vraag naar woningen sterk gestegen.
In deze periode zien we ook dat het bouwen efficiënter plaatsvindt door het gebruik van (timmer-)fabrieken en het werken in series. Door de grote concurrentie werden bouwers gedwongen goede kwaliteit af te leveren. Dit alles zorgde ervoor dat de bouwgolf in de jaren ‘30 tot een hoogtepunt kwam, de tijd waarin de karakteristieke jaren ‘30-woning gebouwd werd: degelijke middenstandswoningen, ambachtelijk gebouwd met aandacht voor afwerking en details.
Stijl
De jaren ‘30-woning is niet duidelijk toe te schrijven aan één van de heersende stijlen op dat moment; ze bevat echter wel onderdelen van diverse stromingen. De ideeën van het traditionalisme (o.a. de Delftse School) zijn terug te zien in het gebruik van klassieke materialen zoals baksteen en dakpannen, en in de eenvoudige uitstraling van de gebouwen.
Vanuit de Haagse School zien we vooral de nadruk op horizontaliteit: lange, ruim overstekende daken, brede balkons en dakkapellen, en de typische (horizontale) luifel boven de voordeur. Ook veranderende maatschappelijke ideeën over wonen komen terug in de stijl. Men wilde meer licht, ruimte en groen — te zien in grote ramen, erkers en openslaande deuren aan de achterzijde.
Verder zijn de woningen vaak ruim opgezet en is er een geleidelijke overgang tussen binnen en buiten, middels bijvoorbeeld een voortuin, het bekende stoepje, en de eerder genoemde luifel of teruggeplaatste voordeur. Vaak is er ook een ruime achter- en soms voortuin, met veel groen in de buurt.
Kenmerkend
Zoals gezegd is het moeilijk om de jaren ‘30-woning precies te definiëren. Toch is een aantal kenmerken typisch voor de stijl:
Exterieur
- Beschutte entree middels luifel of teruggeplaatste voordeur en stoepje
- Erkers voor meer lichtinval, vaak ook met enig glas-in-lood
- Brede dakkapellen
- Ingemetselde bloembakken of geïntegreerde, gemetselde balkons
- Muurtje (met sierlijke leuning) en hekje
- Brede dakoverstek
Interieur
- Glas-in-lood
- Paneeldeuren
- Ensuite kamerverdelingen
- Decoratief tegelwerk
- Houten of granito vloeren
- Stucplafonds voorzien van eenvoudig lijstwerk
Vragen of advies nodig?
Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek over de mogelijkheden om uw jaren ‘30-woning in stijl te behouden of te herstellen.
Contact opnemen